Neopaganisme en New Age

Het is nu een paar weken geleden dat ik het boek ‘New Age Religion and Western Culture. Esotericism in the Mirror of Secular Thought’, van Wouter J. Hanegraaff heb afgerond. Inmiddels heeft zich de volgende gedachte bij mij gevormd. Die is nog onvolledig, maar hij komt op het volgende neer. Het esoterische gedachtegoed dat Hanegraaff beschrijft heeft zijn oorsprong in de Hellenistische cultuur. Van daaruit heeft het zich verspreid over een gebied dat grofweg het Romeinse wereldrijk besloeg. Later is het een rol gaan spelen in de hele westerse wereld. Waar ik nu naar toe wil is dat Hanegraaff ook het neopaganisme meeneemt als erfgenaam van dit gedachtegoed. Volgens de Wikipedia is het neopaganisme een opleving van het paganisme dat zich vooral baseert op oude keltische en germaanse culturen. Nu moet ik dat onderzoeken, maar ik vraag mij af of de Keltische en met name ook de Germaanse culturen niet lange tijd buiten de Hellenistishe invloedssferen hebben bestaan. In ieder geval waren deze afzonderlijk genoeg om mij af te vragen of de kenmerken, van de esoterie, die Faivre noemt ook gevonden kunnen worden binnen deze culturen? En even doorredenerend, indien die kenmerken niet worden gevonden, kan het neopaganisme dan wel beschouwd worden als erfgenaam van het esoterische gedachtegoed zoals Hanegraaff dat beschrijft? Overigens, ook wanneer deze kenmerken wel worden gevonden, denk ik dat nog steeds de vraag gesteld kan worden of het neopaganisme wel tot de New Age religie kan worden gerekend. 

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 Reacties

Neopaganisme

Neopaganisme

In zijn boek noemt Hanegraaff de volgende belangrijkste trends binnen de New Age:

  • Channeling
  • Healing en persoonlijke groei
  • New Age wetenschap
  • Neopaganisme
  • New Age in beperkte en in algemene zin. Sensu stricto en sensu lato

Al deze onderwerpen zijn belangrijk voor mij. Tenminste, wanneer ze ook iets vertellen over de westerse esoterie. Omdat ik dat op dit moment nog niet weet, laat ik ze even liggen. Alleen op het neopaganisme, of neoheidendom, ga ik wel in. Dat komt omdat, voorzover ik weet tenminste, mensen die zich met channeling, healing en of de New Age wetenschap bezighouden nooit een claim hebben gemaakt dat ze op oude wetenschappen of bevindingen door borduurden. Die claim maakt het neopaganisme wel en dat maakt dat deze trend interessant voor mij. Daarnaast voel ik mij persoonlijk tot deze religieuze stroming aangetrokken

Het neopaganisme als fenomeen

Het begrip “neopaganisme” omvat allereerst alle moderne bewegingen die gebaseerd zijn op de overtuiging dat wat door het christendom traditioneel werd afgewezen als afgoderij en bijgeloof, in feite een diepgaand en betekenisvol religieus wereldbeeld representeerde en nog steeds representeert. Daarbij denk ik niet aan één bepaalde religieuze stroming, of één bepaald wereldbeeld dat werd afgewezen. De waarheid is complexer dan theoretisch te beschrijven is. In het voorchristelijke Europa bestonden vele verschillende religies en denkbeelden. Sommige daarvan waren dominanter aanwezig dan de andere. Theoretisch kan daarvan wel een indeling worden gemaakt, praktisch zullen er vele overlappingen zijn geweest.

Van het Romeinse Rijk weten we dat daarin vele verschillende religies naast elkaar bestonden. Van elk van die stromingen kan een bepaald beeld worden beschreven, daarbij is van sommige religies meer bekend dan van andere. Voor de verspreiding van de denkbeelden van deze religies geldt hetzelfde. Op basis van archeologische vondsten en andere bronnen kan op een gegeven ogenblik wel min of meer het verspreidingsgebied van een bepaalde religie aan worden gegeven. Het lijkt daarbij echter zeker dat er lokaal verschillen waren. Per regio, stad en dorp kan bijvoorbeeld de voorkeur zijn gegeven aan het vereren van een andere God of Godin en zullen er ook verschillen hebben bestaan in de rituelen en de manier waarop de mensen hun goden vereerden. Het lijkt niet raar te veronderstellen dat hetzelfde geldt voor gebieden buiten het Romeinse Rijk.

Hetzelfde geldt voor het latere christendom. Elaine Pagels en Karen L. King, schrijven bijvoorbeeld dat wat gewoonlijk “de christelijke kerk” van Rome werd genoemd – alsof er slechts één kerk bestond – in feite een complex was van groepen die zich in verschillende delen van de stad ophielden. Elke groep was haar eigen eiland, met een eigen ontmoetingsplaats, eigen leiders en heel vaak ook eigen opvattingen over de interpretatie van het evangelie. Hoewel verschillende groepen zich als de “cellen van één kerk” beschouwden en soms onderling samenwerkten … bestond er geen verenigd, uniform instituut[1]. Pas na 200 kwam hierin verandering. De stroming die wij als het huidige christendom kennen kreeg de overhand en begon zich langzaam maar zeker tegen alle andersdenkenden te keren, dat gold ook voor andersdenkenden binnen het christelijk geloof zelf.

Wat hedendaagse neopaganisten onder meer willen, is het revitaliseren van veronderstelde voorchristelijke religieuze denkbeelden in een eigentijdse religieuze praktijk. Dit is ontstaan uit het idee dat de huidige ecologische crisis het gevolg is van het verloren gaan van heidense wijsheid met betrekking tot de relatie van de mens met zijn natuurlijke omgeving. Een herstel van deze wijsheid is niet alleen wenselijk maar zelfs noodzakelijk.[2]

Ik kan wel zeggen dat vooral de ecologische filosofie van het neopaganisme precies hetgeen is waardoor ik mij daartoe voel aangetrokken. In het neopaganisme vind ik een liefde voor de wereld die mij aanspreekt. Verder ontmoet ik daar in de regel een houding van tolerantie tegenover andere religies en mensen met andere denkbeelden of een andere levenshouding. Het gaat er vooral om iedereen in zijn of haar waarde te laten. Iedereen mag geloven en denken wat hij of zij wil. Toch ervaar ik soms ook een bijna natuurlijk wantrouwen tegen over allerlei zaken. Dat geldt dan bijvoorbeeld, zoals Hanegraaff schrijft,  christenen en vooral het geïnstitutionaliseerde christendom, omdat die verantwoordelijk worden gehouden voor de neergang van het westerse heidendom en het zwartmaken daarvan. Ook tegenover de wetenschap en wetenschappers voel ik een dergelijk wantrouwen, of misschien kan ik beter spreken van een kritische houding. Vooral wanneer de indruk ontstaat dat deze een elitaire houding aannemen en de waarheid in pacht denken te hebben. Een uitglijder is in dat opzicht snel gemaakt. Persoonlijk vind ik dat hier nog wel de nodige nuancering gewenst is. Uiteindelijk blijken wij allen mensen te zijn die niets menselijks vreemd is. Verder laat ik dit voorlopig buiten beschouwing.

Een ander punt is de geschiedenis van het begrip neopaganisme . Dat werd namelijk ook gebruikt voor zekere religieuze en filosofische ontwikkelingen in het vooroorlogse Duitsland. Dat maakt dat aan het begrip een smet kleeft en het neopaganisme tegenwoordig nog steeds in verband wordt gebracht met fascistische en neofascistische groeperingen en denkbeelden. Dat zijn echter zaken waar de meeste moderne neopaganisten niets mee te maken willen hebben. Veel van deze groepen hebben om die reden hun statuten, voorzover daarvan tenminste sprake is, zodanig aangepast dat mensen met bepaalde racistische denkbeelden zich daar niet thuis voelen. Ook de bovenstaande beschrijving van het neopaganisme geeft al aan dat haar ideeën niet hetzelfde zijn als die van neopaganistische groepen in het vooroorlogse Duitsland.

Binnen het neopaganisme wordt vaak kritiek gehoord op de opvatting dat het neopaganisme  een “New Age variëteit” zou zijn. Ze vinden zelf vaak dat het neopaganisme maar voor een deel overeenkomt met de New Age beweging, zich in andere gevallen scherp daarvan onderscheidt en haar in sommige gevallen overlapt. Er bestaat dus een gecompliceerde relatie  tussen de New Age beweging en het neopaganisme. Volgens Hanegraaff zou deze stroming in ieder geval als een onderdeel van de New Age beweging moeten worden behandeld, waarbinnen ze dan wel een speciale positie inneemt[3].   Deze positie is vooral te danken aan het specifieke perspectief van het neopaganisme zoals dat in de inleiding van dit hoofdstuk staat beschreven. Het neopaganisme zou dan het beste als een speciale, relatief duidelijk omschreven, subcultuur binnen de New Age beweging beschouwd kunnen worden. Door het gebruik van New Age concepten heeft deze beweging vervolgens een speciaal eigen karakter gekregen in relatie tot het neopaganisme in het algemeen.

Neopaganisme als magie

De centrale neopaganistische praktijk en de sleutel tot het paganistische, heidense, wereldbeeld is rituele magie. Maar wanneer we over magie spreken roept dat problemen op. Allereerst wordt het klassieke onderscheid tussen magie, religie en wetenschap, veelal gebaseerd op antropologisch onderzoek bij niet-westerse culturen, tegenwoordig beschouwd als een projectie van het westerse etnocentrisme. Dit betekent dat antropologen bij hun onderzoek van andere culturen hun eigen culturele ervaringen en achtergrond over de andere cultuur hebben heen gelegd. Daarbij hebben ze gebruik gemaakt van bijvoorbeeld  begrippen als magie, religie en wetenschap die in die andere culturen niet als zodanig bestaan of onderscheiden worden. Cultuurspecifieke definities dragen dan ook het gevaar in zich dat ze magie tegenover religie en wetenschap stellen.

Wanneer een dergelijk onderscheid inderdaad het product is van intellectueel imperialisme, wordt het twijfelachtig of we het begrip “magie” überhaupt nog kunnen gebruiken. Dat komt omdat alle traditionele definities van magie op een of andere manier altijd in contrast staan tot religie of wetenschap. Het concept “magie” lijkt daarin alleen bestaansrecht te hebben als onderscheid van religie of wetenschap. Dus in hoeverre is het dan nog legitiem dit specifieke wereldbeeld van de neopaganisten  aan te nemen, te beschrijven en het vervolgens te benoemen als “magie”? Het gebruik van dit begrip zou dan immers alleen maar onhoudbare wetenschappelijke theorieën opleveren.

Een ander punt is, dat het magisch wereldbeeld veelal als tegengesteld wordt beschouwd aan dat van de westerse mens. Niet westerse culturen leven in een “betoverde” wereld waaraan wordt “deelgenomen” zonder een scherp onderscheid te maken tussen personen en dingen. In die wereld kunnen handelingen een onmiddellijk gevolg hebben zonder dat hieraan een instrumentale oorzaak ten grondslag ligt. De westerse samenleving, die mens en wereld van elkaar scheidt, vervangt deze intieme deelname en wederkerigheid door een “onpersoonlijke” relatie, gebaseerd op instrumentale oorzakelijkheid. Het eerst type wereldbeeld is gunstig voor de ontwikkeling van magische praktijken, terwijl het tweede dat niet is. Het gevolg van deze benadering is dat het magisch wereldbeeld niet langer vergeleken kan worden met het wetenschappelijk wereldbeeld. De twee delen namelijk geen gemeenschappelijke “wereld” met wederzijds aanvaarbare uitgangspunten. Ook kan met deze benadering de indruk ontstaan dat religie een speciale positie inneemt binnen het magische wereldbeeld.

Omdat het gebruik van het begrip “magie” in praktijk niet te vermijden is, moet een oplossing voor dit probleem worden gezocht. Die kan misschien worden gevonden in de volgende benadering; “Religie omvat alle ideeën met betrekking tot een realiteit die niet empirisch kan worden vastgesteld en al de activiteiten die wijzen op de aanwezigheid van dergelijke ideeën. Magie omvat al de activiteiten en spreuken die gericht zijn op het bereiken van een bepaald doel met hulp van een andere realiteit dan de empirisch waarneembare. In dit proces is deze andere realiteit niet onafhankelijk actief, maar een instrument dat gemanipuleerd kan worden door de actieve persoon”[4]. Volgens deze benadering is magie een speciaal geval binnen religie terwijl tegelijk een werkbaar onderscheid wordt behouden.

Wat het geloof, in het veronderstelde effect van magie betreft, ligt in bestaande theorieën te vaak de nadruk op de magie zoals die wordt gezien in de films van Harry Potter. Er wordt voorbij gegaan aan de veel voorkomende “gewone magie”, die in het dagelijks leven wordt toegepast en zoals die bijvoorbeeld wordt het boek  “De magie van het huishouden” van Yoeke Nagel. Dergelijke gewone magie lijkt heel veel op bijvoorbeeld een gebed voor een goede oogst of een voorspoedige reis. Hoewel dergelijke gebeden serieus worden genomen door de betrokkenen, is het geloof in het effect ervan voorwaardelijk. Wanneer de oogst mislukt of de reis onverhoopt niet helemaal prettig verloopt, wordt dat niet beschouwd als de weerlegging van het bestaan van God of de mogelijkheid van God om te handelen. Hier zien we dus een verschil in perspectief. Bij magie zijn we geneigd naar het resultaat te zien, terwijl we bij een gebed juist niet kijken naar wat er wordt uitgedrukt en niet naar wat er wordt verwacht.

Magie is de uitdrukking en bevestiging van een bepaald beeld van de wereld of de ervaring daarvan. Magische spreuken roepen de vreemde sfeer van mysterie op, waarin dingen macht hebben, waarin dingen meer zijn dan hun uiterlijke verschijning en die tegelijk een gevaar en een belofte voor de mens in zich dragen. Voor de magische mens zijn symbolen daarbij van doorslaggevend belang als een middel om de ervaring uit te drukken van een onzekere met energie geladen wereld, die haar mysterie voelbaar maakt in die onzekerheid[5]. Zelf geven we uitdrukking aan dergelijke ervaringen wanneer we bijvoorbeeld zeggen dat de motor van de auto ‘weigert’ te starten, of dat de bus of tram niet ‘wil’ komen.

Het is de sfeer van mysterie die het magische wereldbeeld onderscheid van ons modern westerse wereldbeeld. Binnen onze cultuur is de sfeer van mysterie een rariteit geworden. Het mysterieuze is te vaag voor systematisch onderzoek en wetenschappelijke kennis. Het floreert alleen daar waar systematische analyse afwezig is. Magie staat mensen toe in een wereld te leven waarvan alles verwacht mag en kan worden, een wereld die, weliswaar gemanipuleerd kan worden, maar niet wordt geregeerd door een orde die het gevolg is van een bepaalde oorzaak en gevolg. Voor mij is dit aantrekkelijk omdat ik juist daarin een wereld van mogelijkheden vind, waarin onlogische beslissingen de mooiste gevolgen kunnen hebben. Het is ook een wereld waarin niet alles dat een persoon overkomt zijn of haar eigen schuld is. Dat maakt die wereld voor mij veel minder bedreigend dan de wereld van oorzaak en gevolg. Het magisch wereldbeeld onderscheidt zich op die manier ook van opvattingen binnen de New Age waarbij de mens als schepper van zijn eigen universum wordt gezien. Daarin scheppen menselijke gedachten het universum en het leven dat wordt ervaren, waarmee onvermijdelijk al het geluk, succes en ook lijden dat iemand overkomt tot ieders eigen verantwoordelijkheid wordt[6].

De beschrijving van magie, zoals ik die hier tot nog toe is gegeven, is het resultaat van veldwerk in traditionele niet-westerse samenlevingen. Toch is ze ook heel verhelderend voor het begrijpen van het neopaganisme. De magie van neopaganisten functioneert ook als een middel om mysterie op te roepen en te bevestigen in een wereld die dat verloren lijkt te hebben. Hanegraaff concludeert daarop dat het neopaganisme rechtmatig beschouwd kan worden als een religieuze beweging gebaseerd op magie, in de zin van een zekere rituele praktijk, die  een samenhangend wereldbeeld tot uitdrukking brengt (of, omgekeerd, een ‘wereldbeeld dat wordt uitgedrukt met behulp van rituelen’)[7].

Daaraan moet dan onmiddellijk worden toegevoegd dat de magie van het neopaganisme verschilt van traditionele magie in die zin dat het magische wereldbeeld met opzet is aangenomen als een reactie op de onttoverde” wereld van de moderne westerse samenleving en het westerse wetenschappelijke wereldbeeld. Er zit een zekere ironie in het feit dat neopaganisten juist in de wetenschappelijke publicaties, waarin magie vaak als tegengesteld wordt beschreven aan religie, de informatie vinden die hen in staat stelt de wereld van magie te doen herleven of opnieuw uit te vinden.

Tenslotte is het neopaganisme de voortzetting van de negentiende eeuwse occulte rituele magie, die haar historische wortels weer in de hermetische opleving van de zestiende eeuw heeft. Hierover volgt later meer. In ieder geval kan het belang van een historisch perspectief op westerse magische tradities niet worden onderschat. Vooral de betekenis van magie binnen de context van de Renaissance is lange tijd veronachtzaamd. Het ontdekken van dit hoofdstuk van de westerse geschiedenis kan belangrijke gevolgen hebben voor het theoretisch debat. Daardoor kan bijvoorbeeld de opvatting van magie als een wereldbeeld versterkt worden.

Belangrijkste oriëntaties

In het centrum van het neopaganisme staat de beweging die de basis legde voor de moderne hekserij, de Wicca. Van daar uitwaaierend ontstonden groepen en bewegingen die steeds meer syncretisch en onorthodoxer waren. Syncretisme betekent het combineren van verschillende, vaak schijnbaar tegengestelde, geloofsovertuigingen in één systeem. Een ander begrip dat in dit verband wordt gebruikt is eclectisch. Met ondogmatisch wordt bedoeld dat er niet wordt vastgehouden aan bepaalde vastgestelde geloofsregels.

De Wicca vindt haar oorsprong in de traditionele occulte rituele magie en ze bevat nog steeds veel kenmerken daarvan. Oorspronkelijk was de Wicca een op zichzelf staande, in Engeland gevestigde, occulte religie. In Engeland is ze dan ook nog steeds het meest traditioneel. In de 60er jaren van de vorige eeuw werd ze echter ook geïntroduceerd in de Verenigde Staten van Amerika. Hier werden haar ideeën en overtuigingen verder ontwikkeld en ontstonden de meer syncretische en onorthodoxe bewegingen waarvan in de eerste alinea sprake is. Zo had de feministische beweging, die bekend staat als “vrouwen spiritualiteit”, een belangrijke invloed op de Wicca in de VS. De kruisbestuiving tussen het heksengilde, craft, en het spiritueel georiënteerde feminisme resulteerde in een type neopaganisme waaraan vaak wordt gerefereerd als de “beweging van de Godin”. Deze ontwikkeling had op haar beurt weer invloed op beweging van de vrouwen spiritualiteit.

Theoretisch zou je kunnen zeggen dat wanneer de Wicca in het centrum van het Neopaganisme staat, de beweging van de Godin een heterodoxe divergentie (uitwijking) vanuit dat centrum is en dat de vrouwen spiritualiteit, in zichzelf overigens een los en niet specifiek begrip, gedeeltelijk gelokaliseerd kan worden aan de grenzen van het neopaganisme en gedeeltelijk, misschien zelfs grotendeels, buiten het domein van het neopaganisme en de New Age valt. In praktijk lopen de domeinen van de Wicca, de beweging van de Godin en de vrouwen spiritualiteit natuurlijk in elkaar over of gaan ze zelfs in elkaar op en zijn de grenzen tussen de tweede en derde beweging helemaal vaag te noemen.

Dat de traditionele Wicca haar wortels heeft in de occulte rituele magie heeft zowel een nadeel als een voordeel. Voor theoretici geeft dit problemen omdat de occulte rituele magie in zichzelf niet paganistisch is. Een voordeel, tenminste voor degenen die daarnaar op zoek zijn, is dat wanneer de Wicca wordt gezien als vorm van rituele magie, in plaats van als een eeuwenoud paganisme, zij zich kan beroepen op een voorname stamboom die lang terug gaat[8]. Verder is de Wicca een nieuwe religieuze beweging die in 1939 werd gesticht door Gerald Gardner, een gepensioneerde Britse ambtenaar. In essentie deed hij een poging de Middel Eeuwse hekserij te doen herleven, zoals die was beschreven in het boek “The witch-cult in western Europe” van Margaret Murray. Gardner beweerde dat hij was ingewijd door een lid van een geheime coven, heksenkring, waarvan de afstamming terug te voeren was tot in de periode van de heksenvervolgingen.

In feite deed Gardner echter niet een oude religie herleven, maar schiep hij een nieuwe. Zijn belangrijkste bronnen van inspiratie daarbij waren de occulte rituele magie in de traditie van Aleister Crowley, de “Hermetic Order of the Golden Dawn” en populaire werken over folklore en mythologie zoals de “Golden Bough” van James George Frazer, “Aradia” van Charles Leland en natuurlijk de werken van Margaret Murray [9]. Gardner publiceerde verschillende boeken over hekserij en initieerde nieuwe leden, die  zelf op hun beurt nieuwe covens oprichtten wanneer het oorspronkelijke coven te groot werd. Als een paddestoel verspreidde zich op deze manier een netwerk van Gardneriaanse covens. Een alternatieve Wicca traditie ontstond, door de vernieuwingen van Alex Sanders, de zogenaamde “ Alexandrijnse Wicca”. Deze variant toont meer invloed van Aleister Crowley en de Golden Dawn dan de oorspronkelijke Gardneriaanse wicca. De verschillen zijn echter minimaal en ze zijn over de jaren steeds kleiner geworden.

Wicca rituelen en mythologie zijn gecentreerd rond de Godin en haar mannelijke partner, de Gehoornde God. De polariteit van het mannelijke en vrouwelijke dat door deze godheden wordt uitgedrukt (of zoals vele pagans zeggen, archetypen) staat aan de basis van het wereldbeeld van de Wicca’s. Bij de Amerikaanse godinnen beweging is het feministische perspectief het belangrijkste kenmerk. Dit brengt vaak een relatief sterke, soms zelfs exclusieve, nadruk op de Godin met zich mee. Dit heeft gevolgen voor het wereldbeeld dat wordt ontwikkeld en de rol die het mannelijke en het vrouwelijke daarin spelen. Terwijl wicca de neiging heeft, voor haar mythologische historische wortels vooral naar de vermeende Europese heksencultus (langs de lijnen van Margaret Murray) te kijken, de Godin-aanbidders zijn meer geïnteresseerd in historisch en archeologisch bewijs voor een prehistorisch matriarchaat gecentreerde verering van de Godin. Een voorbeeld daarvan is het boek “Herstory of art” van Karin Haanappel. De verschillen tussen de beide richtingen zijn echter niet scherp te stellen. Beide  kunnen eenvoudig worden gecombineerd door de heksencultus te zien als een overleving van matriarchale religie. In beide oriëntaties is het “patriarchaat”, vooral geïllustreerd door het geïnstitutionaliseerde christendom, duidelijk de vijand.

 

[1] Elaine Pagels en Karen L. King,  Judas lezen. Het Judasevangelie en het ontstaan van het christendom. (Utrecht/Antwerpen, 2007) p. 18

[2]Wouter J. Hanegraaff, New Age Religion and Western Culture. Esotericism in the Mirror of Secular Thought. (Leiden – New York – Köln, 1996) p. 77

[3] Hanegraaff, New Age Religion and Western Culture. p. 79

[4] Ibidem, p. 82

[5] Ibidem, p. 83

[6] Herman de Roos, Spiritualiteit en zingeving. Een zoektocht naar de oorzaak en het waarom van het menselijk lijden. Elfde druk(Amersfoort, 2010) p. 200

[7] Hanefgraaff, New Age Religion and Western Culture. p. 84

[8] Susan Greenwood, De encyclopedie van Magie & hekserij. Een geïllustreerd historisch verslag van spirituele werelden. (Anness Publishing limited 2001) p. 190

[9] New Age religion p. 86

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 Reacties

New Age als de geseculariseerde vorm van Esoterie

Dit weekend toch een eind opgeschoten. Daarbij heb ik vooral naar het boek ‘New Age Religion and Western Culture gekeken’ van Wouter Hanegraaff. Overigens denk ik dat dit boek mij de komende weken ook nog wel bezig gaat houden. Ik hoop dat het boek mij helpt om de kluwen aan verwarring die ik in mijn hoofd voel verder uit de knoop te halen. Volgens had Wouter, we zijn inmiddels FB vrienden, dezelfde verwarring als ik, toen zijn interesse voor de westerse esoterie een aanvang nam. Zo beschrijft hij dat hij in de inleiding van zijn boek, dat hij zich onzeker voelde toen hij in New Age winkels zoveel verschillende boeken over evenzoveel verschillende onderwerpen allemaal gebroederlijk bij elkaar zag staan. Dat wekte de suggestie dat ze allemaal ook daadwerkelijk iets met elkaar te maken hadden.

Voor mij komt daar bij dat ik de New Age altijd als een onschuldig fenomeen heb gezien, terwijl ik bij esoterie aan allerlei verboden zaken denk. Rond de esoterie hangt een sfeer van geheimzinnigheid die mij tegelijk aantrekt, maar ook bij het onderwerp heeft weg gehouden. Bij esoterie denk ik aan spiritisme, hekserij, magie, geheime genootschappen en romans als de ‘Da Vinci code’ van Dan Brown. Ik vermoed dat het mijn christelijke opvoeding is, die dan fluistert dat ik zekere deuren beter gesloten kan houden. Iets dat ik al die jaren dan ook heb gedaan. Nu lijkt mij echter het moment gekomen die deuren, of tenminste enkele daarvan, te openen.

De studie van Hanegraaff lijkt mij  voornamelijk bedoeld om orde te scheppen in die aanvankelijk gevoelde chaos. Zijn boek vind ik verder interessant vanwege de conclusies ervan. Het heeft me de hele vorige week en het pinkster weekend gekost, Hanegraaff leest niet gemakkelijk, maar volgens mij schrijft hij onder meer  het volgende: Vanaf de 19e eeuw ontstaan er allerlei vormen van cultuurkritiek. Met name ook binnen allerlei verschillende religieuze bewegingen. Dat noemt Hanegraaff de New Age religie. Vanaf het midden van de jaren ’70 in de 20ste eeuw worden al deze verschillende religieuze groepen zich bewust dat ze één samenhangende beweging zijn. Vanaf dat moment is sprake van de New Age beweging. Om die beweging verder af te bakenen kijkt Hanegraaff onder andere naar die kritiek, een gemeenschappelijk kenmerk, die deze bewegingen hebben en die vooral gefundeerd is in de westerse esoterie. Die kritiek heeft dan wel een geseculariseerde vorm gekregen.

Voor mij is dit om de volgende redenen interessant. Allereerst vormt de New Age dus een ingang om kennis te maken te maken met esoterische denkbeelden en ideeën. In de tweede plaats vormt de New Age kennelijk een onderdeel van een overgangsperiode waarvan heel veel mensen momenteel het gevoel hebben dat ze daar midden in zitten. Het gevoel dat we ons met de hele planeet in een soort van liminale fase bevinden.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , , , , | 5 Reacties

Unde Malum, vanwaar het kwaad

Het lezen van het boek Unde Malum (vanwaar het kwaad) heeft me veel nieuwe inzichten gegeven rond de Gnostiek, de Manicheeërs en de Katharen. Met name het onderscheid tussen het gematigd dualisme (twee principes 1 God) en het radicale dualisme (twee principes 2 Goden) vond ik heel boeiend.

In een ander opzicht zette het boek mij echter ook aan het denken. Dat kwam door de volgende alinea:

Het (christelijke) romeinse Rijk wordt in de vijfde eeuw onder de voet gelopen door de Germanen. In de nieuwe Germaanse wereld heeft de katholieke kerk de grootste moeite zich te handhaven. Bisdommen en kloosters zijn geïsoleerde christelijke eilandjes in een heidense wereld die hun vreemd is. De kerk heeft al haar kracht en energie nodig zich te handhaven, zich aan te passen, haar gezag te vestigen en zich ten slotte te consolideren. Rond het jaar 1000 is dit proces afgerond en kan men spreken van een christelijk Europa. De kerk kan zich weer bezig gaan houden met de interne zaken. De kerk gaat ‘orde op zaken’ stellen.[1]

Waar ik nieuwsgierig naar ben is wat er in 500 jaar met die heidense wereld is gebeurd? In 500 jaar, na eerst onder de voet te zijn gelopen door de heidenen, is er weer sprake van een christelijk Europa. De kerk richt zich weer op interne zaken.

 



[1] John van Schaik, Unde Malum. Dualisme bij manicheeérs en katharen. Een vergelijkend onderzoek. (Ten Haave – Baarn, 2004) p. 21

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Vragen aan mijn onderzoek

Vandaag nagedacht over de vragen die ik in mijn onderzoek wil beantwoorden. De rode draad die ik daarbij wil volgen wordt daardoor ook helderder en duidelijker. Zelf ben ik via de New Age uiteindelijk bij de Esoterie terecht gekomen. En via die weg kwam ik uiteindelijk terecht bij het neo-paganisme. Daartoe voelde ik mij aangetrokken omdat ik veel mensen ontmoette die  het gevoel boven de ratio stellen,  streven naar een respectvolle omgang met de natuur en die dat ook religieus gestalte geven.  Hiervoor  wordt veelal teruggegrepen op oude tradities die er ooit zijn geweest of die nu nog bestaan.  Frigga Asraaf schrijft bijvoorbeeld over Asatru, een moderne relige waaraan het geloof en levenshouding van de oude Germaanse volkeren ten grondslag ligt[1] en Linda Wormhoudt heeft onderzoek gedaan bij de nog steeds levende cultuur van de Sami in Lapland[2]. Uit al die tradities wordt inspiratie geput voor het maken van bijvoorbeeld rituelen en symbolen. Vaak probeert men daarbij zo authentiek als mogelijk te zijn, maar even vaak ontstaan op die manier geheel nieuwe en eigen rituelen en symbolen.

Alles wat nu is genoemd geeft aanleiding tot heel veel vragen. Allereerst de begrippen New Age en  Esoterie. Voor mij zijn dat verschillende begrippen die met elkaar samenhangen. Wouter Hanegraaff schrijft dat New Age de geseculeerde vorm is van Esoterie[3]. Ik ben dan benieuwd hoe hij tot die conclusie is gekomen. Verder vind ik het neo-paganisme, voorzover ik dat tot nog toe heb leren kennen,  geen esoterische- of New Age stroming.  Esoterie verwijst voor mij naar een geheime leer en in de meeste New Age stromingen, die ik onderscheid, worden geen God of goden vereerd. Het neo-paganisme is geen geheime leer en er worden goden aanbeden.  In de meeste boekhandels waar ik kom vind je boeken over Esoterie,  New Age en neo-paganisme, maar ook over Wicca en Druïdisme allemaal onder de zelfde kop Esoterie. Ik wil weten of dit terecht is. Ook veel auteurs, ikzelf hier incluis, behandelen deze onderwerpen tegelijkertijd en door elkaar. Om duidelijkheid te scheppen ga ik in ieder geval uitleggen wat al die verschillende begrippen voor mij betekenen.

Hier aangekomen reizen bij mij in ieder geval al de volgende vragen die ik in mijn boek zou willen beantwoorden:

  • Wat is Esoterie?
  • Wat is New Age?
  • Welke verschillende religieuze stromingen, filosofieën, wereldbeschouwingen, onderwerpen, wetenschappen en dergelijke komen we allemaal tegen bij de Esoterie en New Age?
  • Is het terecht dat stromingen als het Neo-paganisme, Wicca, Druïdisme en andere onder de noemer Esoterie of New Age worden geschaard?
  • Uit welke tradities wordt allemaal inspiratie geput?
  • Welke bronnen bestaan er en welke daarvan worden  gebruikt?
  • Waaruit bestaat de informatie die wordt verzameld?
  • De belangrijkste vraag die mij momenteel bezig houdt is deze: Is er een directe historische lijn te leggen van de oude heidense religies naar de hedendaagse esoterische stromingen?
  • Wat verklaard de opkomst van moderne Esoterische en New Age stromingen?
  • Wat is de aantrekkingskracht van Esoterie en new Age?
  • Welke rol spelen de verschillende litterairebronnen: speculatieve werken versus wetenschappelijke werken?
  • Welke rol kan esoterie, bijvoorbeeld magie, spelen in de moderne tijd? Milieu, economisch denken.
  • Wat ik me ook afvraag is of oude esoterische ideeën nu nog bestaan of dat de esoterie opnieuw wordt uitgevonden. Wouter Hanegraaff spreekt immers van een geseculariseerde vorm van esoterie.

 

 


[1] Frigga Asraaf, Asatru. (Boekplan Hasselt Nl. 2010) p 11.

[2] Linda Wormhoudt, Seidr het noordse pad. Werken met magische en sjamanistische sporen in Noordwest_Europa. (A3 boeken Geesteren, zj) p. 30 – 31

[3] Wouter J. Hanegraaff, New Age Religion and Western Culture. Esotericism in the Mirror of Secular Thought. (Leiden – New York – Köln, 1996) p. 522

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Mijn nieuwe boek

Vandaag is het 13 mei. Deze dag begin ik met het schrijven van een nieuw boek. Of liever, wilde ik beginnen met het onderzoek naar informatie voor het boek.  Daarvoor was ik allereerst van plan een aantal oude boeken te herlezen, te beginnen met ‘New Age religion en Western culture’,  van Wouter Hanegraaff. Daarin denk ik zeker een basis te vinden voor het onderwerp dat ik wil aanpakken, namelijk de Esoterie. Maar dat loopt nu al mis.

Tegelijk met het onderzoek, wil ik namelijk de vorderingen daarvan in een blog zetten. Daarin ben ik helemaal vastgelopen. Toen ik begon te schrijven kwam er een hele psychologische verantwoording op papier te staan en daar heb ik echt geen zin meer in. Dus ben ik opnieuw begonnen. ‘Nu goed bij het thema blijven’, dacht ik. Werkte ook niet, dit keer liep ik vast in de verantwoording voor de aanpak van het schrijven. Hondsmoe werd ik ervan.  Dus, vier uur werk, en dit is wat ik jullie nu te bieden heb. En nog niets gelezen natuurlijk.

Geplaatst in Geen categorie | 4 Reacties