Categorieën
literaire fictie wijn

De geest in de fles.

Zonder mij was het allemaal vergeten. Al die jaren heb ik mijn herinneringen zorgvuldig verborgen. Als een dwerg in een sprookje poets ik ‘s nachts hebberig mijn schatten. Eén voor één laat ik ze door mijn kromme vingers glijden. Mijn geheugen komt tot leven, even echt als een gladde kiezelsteen die je tussen de wortels in de aarde vindt. Even zwoel als de eerste zonnestralen, de roze vingers die de mist betasten die als lingerie over de heuveltoppen ligt. Even scherp zie ik hoe een staalblauw kevertje zijn weg zoekt langs de kartelrand van een blad. Alles is met elkaar verbonden in die ene dauwdruppel die een ogenblik de oeroude wijnstokken weerspiegelt. Als je goed zou kijken, zou je de Bourgogne kunnen zien, Frankrijk en misschien wel meer. Zonder mij was het verdwenen: dat verloren groen, de roestrode vlekken langs de nerven: een landkaart van een land hier ver vandaan. Misschien dat ik je daarom wil vertellen wat mij is aangedaan: zodat ik niet vergeten word.

De laatste maanden denk ik steeds vaker aan die morgen en net als toen ben ik weerloos voor wat komt. Ik weet nog hoe ik vluchtte, weg van hun laarzen en het venijnige flitsen van vlijmscherpe messen. Doorweekt door de dauw rende ik zo hard ik kon door de wijngaard. Ik rende tot ik struikelde, kraaien vlogen op als flarden van hun geschreeuw toen ze me vonden. Ze sleurden me tussen de bladeren vandaan waar ik schuilde en steeds opnieuw beten hun scharen in mijn vel. Ze namen me mee en nu nog zie ik hun grote voeten die bleven trappen, schoppen tot er niets van me over was dan wat vocht en vellen op de vloer. Eeltige handen tilden me op en droegen me naar beneden. Tot de bodem. Daar werd het donker en het laatste wat ik hoorde was de kelderdeur die dichtsloeg. Hard als de punt aan het eind van een verhaal.

Vergeten

Maar alles is met elkaar verbonden. Ik ben die druiven die rijpen tussen de bladeren, de zon en de bronst van de herten in de heuvels. Maar ik ben ook de stenen van die kelder waar ik gistend van machteloze woede achter werd gelaten. De kou van die gevangenis heeft mijn karakter gevormd. Daar, in het duister, ben ik volwassen geworden.

Met mijn wang tegen het glas gedrukt om niets te missen, luister ik naar hun gedempte stemmen. Uren gaan voorbij. Ik hoor hoe hij de waarheid verdraait als hij een kurk uit een fles trekt: “Weet je nog?” Ze lacht, ook zij is niets vergeten. Haar stem herken ik natuurlijk: “Proost! Op ons?” Ik zou willen schreeuwen maar ik ben tot stilte gedwongen. Dit is mijn plek waar hunkerend moet wachten tot ze me vindt. Tot ze me bevrijdt. Bitter herkauw ik alle tientallen ontmoetingen en gelegenheden. Alle duizend-en-één nachten. Hoe vaak heb ik niet zo gelegen? Zo dichtbij dat ik de warmte van haar hand kon voelen? Ik weet alles nog. Tien jaar geleden was ik erbij toen ze achttien werd. We delen die herinnering die haar verblindt als flitslicht. Haar vader die zwijgend naar de fles in zijn handen kijkt. We weten beiden wat hij gaat zeggen: “Al achttien jaar wacht deze fles op jou. Een gelegenheid om samen te proosten…” stamelt hij en schudt zijn hoofd. Dan vertelt hij verbitterd dat hij niet haar vader is en draait zich om. Tot de zon opkwam staarde ze naar dat etiket zonder de fles aan te raken: een kasteel, haar geboortejaar en met balpen haar 18e verjaardag. “Het jaar erna is hij omgekomen bij een auto-ongeluk,” vertelt ze toonloos. “Mijn moeder wilde ik ook niet meer zien.” Ze nam ze een slok van haar wijn zonder iets te proeven en peuterde aan het Zwarte Pietenpapier dat ze die avond haastig om de fles had geplakt. “Ik had geen ander pakpapier,” bloost ze en kijkt naar zijn vingers terwijl hij voorzichtig de fles uitpakt. Natuurlijk wist ik wat ze wenste: een glas rode wijn om niets te hoeven zeggen, iemand die bij haar blijft als de herinneringen komen. En misschien gewoon niet meer alleen te hoeven zijn en ‘s nachts zijn vingers op haar borsten te voelen. Maar in plaats daarvan veegt hij verlegen het stof van het etiket: “Wow Bourgogne… Hé dat is jouw verjaardag?” Lang is het stil. “Die fles wil vast heel graag open,” lacht ze en zoekt tevergeefs zijn ogen.

Hoeveel ‘bijzondere gelegenheden’ zijn voorbijgegaan? Hoeveel kansen verkeken? Hoe vaak heeft ze niet zonder het te beseffen aan mij gedacht – om me vervolgens te vergeten? Jaren gingen voorbij zonder dat ze haar wensen wist te vervullen. Mensen kwamen dichtbij, maar schrokken terug als ze de glazen wanden voelden die haar omringen. Haar herinneringen: koud als een fietspad in de polder en donker als bandensporen in een modderige berm. Peinzend tekent ze een smiley in het stof dat aan de fles kleeft. “Ik moet gaan,” zegt ze opeens en staat op. “Bel je me?” Ze voelt zijn teleurstelling als hij de deur opendoet. Ze ruikt zijn lichaam als hij onhandig haar lippen zoekt. Ze draait zich om en vlucht naar buiten: “Bel je me? Dan drinken we samen die fles van mijn vader op!” belooft ze. Rutten bij nacht is de rand van de wereld. Van zijn wereld in elk geval. Hij leunde hij tegen de deurpost en volgde de achterlichten van haar Saab tot ze over de rand van de wereld viel en verdween.

Vergeven

Alles is verbonden door mensen, door wensen, door woorden en wijn. Ik bén die Bourgogne die jarenlang van hand tot hand ging. Ik ben de geest in de fles die ongeopend bleef. Ik leef omdat ik al die geuren en smaken bewaarde en beloofde ze terug te geven. Decénnia heb ik gewacht tot iemand mij zou bevrijden. Maar niemand heeft de waarheid in de wijn gezocht. Niemand begreep hoe ik hun dromen uit had kunnen laten komen. Zo had het gemoeten: drie wensen en een ‘ze leefden nog lang en gelukkig’. Maar het is te laat, ik ben te oud. Mijn adem stinkt en mijn ziel is zuur. Mijn gedachten bederven de kurk waarmee ze zo voorzichtig mijn geest gevangen namen. Het is voorbij, Frankrijk is verdwenen. Het kasteel, de heuvels en al die herinneringen zijn niet meer dan beschimmelde snippers die kleven 
aan het glas.

“Te laat,” mompelt hij en hurkt bij het wijnrek. Wat zou hij doen als hij wist dat ik hem hoor? Zou hij schrikken als hij wist dat ik hem kan zien, vreemd vervormd door de groene glazen wanden? Vandaag is het drie jaar geleden dat ze me hier achterliet. Hij pakt de fles uit het rek maar zelfs haar geboortejaar is niet meer te lezen. “Te laat om nog te bellen,” zegt hij tegen zichzelf. Zoals elke avond denkt hij aan haar en drinkt zonder te proeven. Drank uit streken zonder troost. Wijn uit flessen zonder ziel. “Weet je nog?” typt hij en vindt een emoticon van een fles rode wijn. Tussen zijn voeten staat die oude fles Bourgogne “Van harte gefeliciteerd, misschien een mooie gelegenheid om af te spreken?” Hij wacht een fles lang met verzenden. Dan, na zeven smakeloze slokken, vindt hij eindelijk de moed haar te bellen. Zijn hand zakt van zijn oor naar zijn schoot. Zijn wens glanst als een parel in de oester van zijn hand. Hij schrikt als hij haar stem hoort en staart sprakeloos naar haar foto op het schermpje. Op de achtergrond klinkt muziek, stemmen, een feest! Een man op de achtergrond vraagt wie er belt. “Ik weet het niet lieverd… Misschien verkeerd verbonden?”

In één beweging rukt hij de kurk in stukken en er scheurt iets in ons allebei. Plotseling ben ik vrij en het verbaast me dat dat zo’n pijn doet. Steeds opnieuw neemt hij een slok uit de fles om de fantoompijn van verdwenen wensen te verdoven. Want hoe vaak hij ook belt, er wordt niet meer opgenomen. Hij is vergeten en dat gevoel ken ik maar al te goed. Mijn wraak is zuur maar hij proeft het niet. Het duurt niet lang of hij voelt diezelfde troebele nevel als ik. Een duizeling zo diep als een zwerm zwarte vogels die cirkelt op de thermiek. En in die laatste ogenblikken van mijn leven dans ik met hem terwijl hij drinkt. Ik houd hem overeind tot hij zijn auto vindt. Slippend vlucht hij voor het leven, slingerend over de buitenwegen met de open fles tussen zijn benen. Vergeefs zoekt hij de weg door de polder, zijn telefoon voor zich als een kaars in de nacht. Ik heb mijn armen stevig om hem heen geslagen. De regen sluit als een gordijn en samen dansen we die dronken rondedans. Het is al laat: de fles is leeg en er zijn geen herinneringen meer om te delen. Duizelig knijpt hij zijn ogen dicht alsof hij wil ontsnappen. Maar ik bén die duizelingen, die banden diep in doorweekte klei. Ik ben de kraai in de top van een populier die plotseling door koplampen wordt belicht. Ik ben het blik dat in zijn vel bijt als een hond. De punt achter het verhaal.

Ik heb ze geteld: die onvervulde wensen en onuitgesproken woorden. De levens die niet ten volle werden geleefd, de wijn die bederft in een afgesloten fles. Wat overblijft is bitter als het bezinksel dat aan zijn lippen kleeft. Ad fundum! Samen bereiken we de bodem en als het dan donker wordt in hem, voel ik hoe ik alles los kan laten. Zonder wensen heb ik niets meer te geven dan vergeten.

Dit artikel verscheen in mei 2021 in de 71e editie van Bouillon! magazine. Een schaamteloos mooi magazine in boekvorm over alles wat smaak heeft.

Categorieën
- wijn

Verhalen over wijn.

Verwacht geen poëzie. Geen ronkende beschrijvingen van smaak. “Ik ben geen kenner,” zegt iemand in het verhaal ‘De meester van het Woud’. Deze verhalen vertellen iets over de cultuur en soms zelfs de aard van de mensen. Deze korte verhalen gebruiken het (te)veel beschreven onderwerp wijn als een uitgangspunt voor korte ontdekkingsreizen.

  • De geest in de fles.
    Een verhaal over wijn van uit een uniek perspectief. Het vertelt hoe wijn wensen kan vervullen. Maar wat als deze wijn vergeten wordt?
  • Verhalen over wijn.
    Verwacht geen poëzie. Geen ronkende beschrijvingen van smaak. “Ik ben geen kenner,” zegt iemand in het verhaal ‘De meester van het Woud’. Deze verhalen vertellen iets over de cultuur en soms zelfs de aard van de mensen. Deze korte verhalen gebruiken het (te)veel beschreven onderwerp wijn als een uitgangspunt voor korte ontdekkingsreizen.
  • De meester van het woud
    Meidrank is een witte (mousserende) wijn die met walstro wordt verrijkt. Een bijzondere smaakmaker met een geschiedenis die teruggaat tot de Germanen.
  • Dag en Nacht
    Dit verhaal verbindt het grootste verhaal van Goethe, Faust, met een bijzondere wijngaard in het Duitse Harzgebergte. Wat is de magie van wijn die bij volle maan wordt gemaakt?
Categorieën
Duitse verhalen Kort culinair wijn

De meester van het woud

Hier was het toch? Esther knikte en wees naar de ingang van het Weingut. Even later zaten we aan de overkant van het smalle straatje aan een eenvoudige houten tafel. Net als een jaar geleden kon ik vanaf de harde bank, tussen de huizen door, de Moezel zien. De wijnstokken waren nog kaal, maar de zon kleefde aan de heuvels alsof ze de dag te kort vond. Het licht glinsterde in het water en in mijn glas. Koele, witte wijn van vorig jaar.  “Op de lente!” Onze glazen raakten elkaar en tinkelden teder, en opeens besefte ik hoezeer de wereld veranderd was in twaalf maanden.

Want precies een jaar geleden zaten we hier ook. Begin mei, Esther was ver weg in haar gedachten. Een tafel verder zat een zeer Brits echtpaar met een notitieboek voor zich. Ze staarden naar hun wijn en noteerden zwijgend iedere gedachte. Zij leken in gebed verzonken en mediteerden boven hun glas. “Levendig?” fluisterde één van hen opeens. De ander knikte, slikte en mompelde. “A very good year…”

Mei

Zacht tikte ik tegen Esthers glas. “Waar denk je aan, liefste?” Ze haalde haar schouders op, rilde. En ik wist opeens waaraan ze dacht. Hetzelfde waar ze heel de lange winter, en wie weet haar hele leven, aan had gedacht. Ze ritste haar fleecetrui dicht terwijl haar voorhoofd fronste rond een levensgroot gemis.

Langzaam werd het drukker op het terras. Dorpelingen keken gespannen naar het einde van de straat tot een halve fanfare in spijkerbroek verscheen, met daarachter een groep jongens. Ze droegen een boomstam en hun hoofden waren rood van inspanning. Toen de jongens voor de ingang van het Weingut aangekomen waren, kwam een oude man naar buiten met een glas in zijn ene hand en in zijn andere een bijl. “Is dat hem?” riep de wijnboer misprijzend. “Dit is een meitak, een boom kun je het nauwelijks noemen. Toen ik zo jong was als jullie…” Hij spreidde zijn armen om aan te geven hoe dik de bomen waren die hij vroeger velde. Hij sloeg wat bast van de boom en onder luid gejuich werd wijn geschonken.

Ik vertelde Esther over de Germanen die eeuwen geleden bomen oprichtten om de goden van het woud te vereren. “De meiboom is een vruchtbaarheidssymbool, een feestelijke voorbode van de lente.” Ze knikte kil bij het woord vruchtbaarheid en ik wilde dat ik het niet had gezegd. Ze keek zwijgend naar de wijnboer die onvast tussen de tafels doorliep. Af en toe wisselde hij een paar woorden met een dorpsgenoot. Ze proostten, proefden, lachten. Vlak bij onze tafel struikelde hij, razendsnel pakte Esther hem bij zijn arm en de man viel naast haar op de bank neer. “Gaat het?” vroeg ze beleefd in het mooiste Duits dat ik ken. “Zie je wel!” riep hij “Een meisje en een glas wijn, zijn redders in nood! Want wie niet drinkt en kust, die is zo goed als dood!” Lachend sloeg hij zijn arm om haar heen en knipoogde naar me.

Walstro

Verbaasd keek hij naar zijn lege glas. Zijn vrouw zag eruit als een figuur uit een sprookje. Grijs, gebogen, gesloten en een geruit schort met kleingeld. Zonder ons aan te kijken schonk ze zijn glas vol. “En waar is jullie nageslacht?” vroeg hij en keek om zich heen. Esther schudde haar hoofd. “Geen nageslacht?” vroeg hij verbaasd. Esther staarde naar de vlekken op de tafel tussen haar handen.“En wat drinken jullie?” vroeg hij en keek naar onze glazen. “Wijn,” antwoordde Esther koel. “En? Hoe bevalt mijn witte wijn?” vroeg hij grijnzend. Ze haalde haar schouders op, “Ik ben geen kenner zoals zij,” zei ze, wijzend naar de Britten. “Kenners? Dat zijn geen kenners. Ze komen elk jaar en begrijpen nog steeds niet, dat wijn niet is om over te praten.” Hij keek haar lang aan en nam een flinke slok uit haar glas. Even tuurde hij met samengeknepen ogen naar het bos in de verte schudde zijn hoofd, “Dit is de verkeerde wijn voor jou!” Beslist goot hij het glas leeg op de stenen. Zijn vrouw boog zich naar hem toe en hij fluisterde iets in haar oor.

Walmeester in den wijn gheleyt, dat herte verblijt.

Dodonaeus

Minuten later pakte hij een glas van haar aan alsof het een relikwie was. Voorzichtig zette hij het voor Esther op tafel. “Wat is het?” vroeg ik en keek naar het schoolbord met zijn wijnen. Hij schudde zijn hoofd: “Deze staat er niet bij, dit is meidrank. Mijn allermooiste Spätlese met sekt en natuurlijk Waldmeister. “Walstro,” fluisterde ik, en wilde vertellen dat volgens Christelijke legenden Jesus” kribbe gevuld was met het kwetsbare plantje. In het voorjaar het eerste groen in het woud en misschien wel daarom door de Germanen gewijd aan Freya; de godin van liefde, leven, lust en vruchtbaarheid.
“Duitse Waldmeister dan, het kruid van mei, voor de meidrank schenk ik mijn wijn erbij! Zodat de geur je geest bevrijden kan!” onderbrak de wijnboer hardop mijn gedachten. “Dat is van Schimper, als ik het me goed herinner. Een dichter en een bioloog in een, dan moet het wel kloppen toch?” Esther haalde haar schouders op en rook aan het glas. “Ik houd niet zo van wijn.” “Ieder jaar maak ik één fles, niet meer.” zei de oude man. “Twee nachten verwelken twintig takjes Waldmeister. Dan leg ik ze een week in mijn allerbeste Riesling. Een scheutje sekt, en dat is meidrank die we al eeuwen drinken. Ik begrijp niet dat jullie dat niet kennen.” Teleurgesteld schudde hij zijn hoofd. Strogele wijn bruiste in haar glas. “Ik ruik het!” riep Esther lachend: “Bloemen, vanille… nee, wacht! Appels of een weide in de zomer.” De man knikte: “Zie je wel? Je bent een kenner! Volgend jaar zit je hier ook met zo’n boekje.”

En ze dronk, mijn vrouw. Eén enkel glas, zou ze later beweren. Maar dat ene glas werd als door toverhand steeds bijgevuld, steeds opnieuw die sprankelende wijn. Wat wist ik ervan? Ik wist alleen dat die vreemde geur van coumarine kwam, een licht giftige stof die ook in kaneel zit. Ik herinnerde me dat de botanicus Dodonaeus in vijftiennogwat schreef dat Walmeester in den wijn gheleyt, dat herte verblijt. Lievevrouwebedstro, een streling voor het hart die vandaag een antidepressivum zou heten.

Die avond rook ik steeds opnieuw die nauwelijks te beschrijven zoete geur van kaneel en vers gemaaid gras. Tot het praten van de wijnboer overging in zingen. En totdat de sterren fonkelden boven de oude rivier en Esther wankelend opstond en de oude man omarmde als afscheid. “Tot volgend jaar,” riep de man en hief zijn glas een allerlaatste keer. Het terras was leeg en toen we wegliepen, toverde zijn vrouw een klein flesje uit de zak van haar schort. Een felgroene vloeistof gloeide op in het licht van de straatlantaarns en kaarsen. Een simpel etiket met WM 2014. Ze had die avond geen woord gezegd.

Een goed jaar

Dat was mei 2014. Het was Waldmeister-siroop en Esther dronk het in haar wijn tot onze nachten heter werden en de wijngaarden groen. Ze dronk het tot het flesje leeg was en ze me met rode wangen wakker maakte en vertelde dat ze de komende maanden geen wijn meer mocht drinken.

Opnieuw is het voorjaar en het terras van het Weingut is nog leeg. Misschien dat vanavond weer wijn gedronken wordt, want uit het bos klinken bijlslagen. En dan zien we hem opeens het woud uitlopen. Hij loopt krom, in zijn grove vuist heeft hij een onooglijk boeketje verwelkte plantjes. Hij houdt ze vast alsof hij een vlinder tussen zijn grote vingers heeft gevangen. Grijnzend kijkt hij naar mijn zoon die ligt te slapen op mijn schoot, hij is bijna drie maanden oud. En ik wacht geduldig tot de wijn van vorig jaar weer wordt uitgeschonken, door de meester van het woud.

Trink ihn aus, den Trank der Labe, Und vergiß den großen Schmerz! Wundervoll ist Bacchus” Gabe, Balsam für’s zerriss’ne Herz!

Drink hem uit, de levensdrank en vergeet de grote smart. Wonderlijk is Bachhus’ gave – balsem voor het gebroken hart

(Friedrich von Schiller, 1759-1805, Das Siegesfest)

Categorieën
Duitse verhalen Kort culinair wijn

Dag en Nacht

Deze berg zit vol met toverij, en licht een dwaallicht u op deze wegen bij, dan kon dat wel eens schelen! En de wortels, als slangen, winden zich uit rots en wanden, strekken wonderlijke banden, om mij hier verschrikt te vangen, schreef Goethe over de Brocken, die hemelsbreed 100 km ten zuiden van Hannover het landschap domineert. Hoewel, hemelsbreed? Wolken waaien uiteen tot spookachtige gedaanten. In een duister doolhof van rotsen, verdwaal ik op mijn eerste tocht naar beneden. 

De Brocken is de hoogste berg in Noord- Duitsland. Zware stormen teisteren de onbeschutte hellingen, die een groot deel van het jaar met sneeuw bedekt zijn. Volgens de legende vieren de heksen op de 1200 meter hoge top Walpurgisnacht. Urenlang dwaal ik in het donker door krakende bossen en klauter over glibberige stenen. Als ik tegen middernacht eindelijk mijn auto terug vind, begrijp ik waarom Goethe juist op deze berg Faust de duivel laat ontmoeten.

Daglicht

Bij daglicht zijn mijn demonen verdwenen. Als ik door de heuvels van de Harz rijd, is het landschap ronduit romantisch. Rotsen steken trots boven de bomen uit. De lucht trilt boven de glooiende, juist geschoren korenvelden. Toch is het pas de Brocken die zorgt voor dit relatief milde en droge klimaat op de oosthelling. De wind stuwt de wolken op tegen de kale, granieten koepel waardoor de wolken daar hun regen laten vallen. Op zo’n 35 kilometer van de Heksenberg liggen de wijngaarden van Weingut Kirmann. De schrale, stenige bodem en de lange winters laten geen grote wijnproductie toe. Matthias Kirmann vertelt, dat zijn wijnstokken gemiddeld de helft opleveren van wat er in Duitsland per hectare geproduceerd wordt.

Hij ziet kleinschaligheid niet als een beperking, maar als een voorwaarde voor kwaliteit. Een keuze die perfect past bij zijn karakter. In 1989 plantte hij, als experiment, zijn eerste wijnstokken. Nu, bijna 25 jaar later, produceert hij maximaal 20.000 flessen per jaar en worden zijn wijnen genoemd in de wijngids van Gault Millau. ‘Dit jaar was de winter uitzonderlijk lang en koud,’ vertelt hij. ‘Tot eind mei bedekte de sneeuw de velden. Maar ook tijdens de bloeiperiode was het koud, waardoor de bloemen niet goed bestoven zijn. De bloemen vallen af en ritselen als sneeuwvlokjes van de ranken.’ Hij vertelt het glunderend, voor hem betekent het minder werk. Normaal, als de trossen volgroeid zijn en aan de ranken rijpen, snijdt hij een groot deel van de druiven weg om de smaak in de overgebleven vruchten te concentreren.

Ik vraag Matthias welke wijn hij zou aanbevelen. Hij haalt zijn schouders op: ‘Dat hangt af van de gelegenheid, maar veel meer nog van je karakter,’ vindt hij. En onwillekeurig denk ik terug aan Faust, als hij Auerbach’s wijnkelder bezoekt. Goethe laat de duivel gaten in de tafel boren, waaruit voor ieder van de drinkebroers een wijn stroomt die past bij zijn temperament. Matthias hoeft voor mij geen gat te boren, hij trekt eenvoudig de kurk uit een fles Dornfelder van vorig jaar. Ongecompliceerd, vrolijk als de jonge Frosch in Faust. De glazen raken elkaar en we proosten op onze ontmoeting. Ik denk hardop dat de wijn geurig genoeg is voor een eindeloze avond met vrienden. Matthias knikt. ‘Wijn is zoals vriendschap,’ zegt hij. ‘Vriendschap die door de jaren beter wordt, zeker als je verschillende karakters met elkaar vermengt.’ Hij schenkt een cuvée van twee Dornfelder wijnen uit 2010 en 2011, die vervolgens twee jaar is gerijpt in een licht getoast vat. Zeitlos staat op het etiket. De smaak is zachter, complex, waarin – naast de vanilletonen van het vat – ook rozen te herkennen zijn. Zijn Barrique mag tijdloos heten, de dag is duidelijk ten einde. De Königstein wordt wijnrood verlicht door de laatste zonnestralen. ‘Een uitzonderlijk goed jaar was 2006. Toen ik op een avond nog laat in de wijngaard was, zag ik de maan opkomen, net als nu.’ Matthias glimlacht, omdat hij weet waarvoor ik gekomen ben. Hij vertelt dat hij besloot om twee identieke wijnen te maken. Dezelfde druiven, dezelfde handelingen in de kelder. Het énige verschil was, dat hij de helft van de druiven bij volle maan oogstte. Natuurlijk wist ik dat sinds mensenheugenis kwetsbare gewassen ’s nachts worden geoogst. In de donkerder tijden was de volle maan een noodzakelijke verlichting. Bindmaan heette dat. Bovendien werden aan de volle maan speciale krachten toegeschreven. Tot verrassing van de wijnboer, bevatten de druiven die bij volle maan geoogst werden tot 5% meer extract. De meest logische verklaring is, meent Matthias, dat de maan het water op aarde beïnvloedt. Bij volle maan is die invloed het grootst, waardoor de sapstroom maximaal tot in de druiven kan stijgen.

Mephisto: Niet kunst alleen en wetenschap, geduld vooral, eist zulk een sap. Een stille geest gaat er jaren over henen: de tijd alleen kan ‘t brouwsel kracht verlenen…

Donker

‘En de smaak?’ vraag ik ongeduldig. ‘De smaak van de maan was verfijnder,’ herinnert hij zich. ‘De smaak van de zon was krachtiger en duidelijker gedefinieerd.’ Hij vertelt dat hij een klant de twee wijnen blind heeft laten proeven. Van de vierentwintig aanwezigen dachten er drieëntwintig dat zij te maken hadden met volstrekt verschillende wijnen. Ik vertel hem van mijn nachtelijke avontuur op de Brocken. Hoe ik angstig verdwaalde, terwijl ik zocht naar Goethe’s legende. Hij schudt zijn hoofd. ‘Ik kan het je niet laten proeven, de flessen zijn op. De afgelopen jaren was de oogst te klein om de twee wijnen te maken. Misschien heb ik geluk en kan volgend jaar mijn experiment herhalen?’ Als troost schenkt hij mijn glas vol. Een Cabernet Mitos 2011, lees ik verbaasd op het etiket. ‘De Cabernet Mitos is een van oorsprong Duitse druif die pas in 2010 is ingeschreven,’ legt Matthias uit. De druif is bedoeld om in een blend te gebruiken – om kleur te geven. Kirmann gebruikt hem als een van de weinigen voor een cépage. ‘Groot zal deze wijn niet worden, door de tannines is hij slechts geschikt voor een zeer select gezelschap.’ Weer raken onze glazen elkaar, de wijn is dieppaars, bijna zwart. De Mitos is als een jonge man: karaktervol, bruisend van kracht die nog beteugeld moet worden. ‘Misschien past deze wijn wel het beste bij jou,’ zegt Matthias. ‘De wijn is ongeduldig, net als jij!’

Als ik naar huis rijd, ligt naast me zo’n Cabernet Mitos. De volle maan verlicht de heuvels als een dwaallicht. Vijf jaar moet ik wachten tot het wrange van de teleurstelling plaats maakt voor de volle smaak van de Mitos. Zoals ik vol ongeduld zal moeten wachten, om ooit het verschil te leren proeven tussen dag en nacht.

Dit verhaal is eerder verschenen in 
Bouillon! Het gastronomisch magazine in boekvorm.